3 spelregels die fijn spelgedrag ontwikkelen

19-01-2024
image by freepik
image by freepik

1. tweerichtingsverkeer

Zowel jij als je pup hebben het recht om (geen) zin te hebben om te spelen. Als het van je pup afhangt, zal hij meer wel dan niet vragen om te spelen. Dat is helemaal prima als jij daar ook zin in hebt.

Het omgekeerde geldt ook: als jij geen tijd hebt of je pup geen zin heeft om te spelen, hoeft het niet persé. Door warm te communiceren blijf je wel in connectie met elkaar.

Het is goed dat jij hém nu en dan eens, op een kalm moment, uitnodigt om te spelen. Dan is hij het meest bereid om te leren, om te luisteren en om zelf na te denken.

Net zoals beide partijen het recht hebben om uit te nodigen tot spel en deze ook te weigeren, geldt hetzelfde wat betreft het stoppen met spelen.


Stop het spel als je merkt dat je pup te wild wordt. Dit betekent dat hij zijn grens bereikt en wat rust kan gebruiken. Begeleid hem naar zijn rustplekje en laat hem lekker slapen of tot rust komen.

Ook jouw pup kan en mag ten allen tijden aangeven dat het voor hem genoeg is. Dat kan hij doen door bijvoorbeeld wat afstand te nemen. Het is belangrijk dat deze keuze gerespecteerd wordt.


2. Iedereen winnaar

Als je op voorhand weet dat je nooit kan winnen, is er niks leuks meer aan het spel. Hou de kerk dus in het midden en laat je pup bv. het trekspelletje ook eens winnen

TIP: Maak jezelf wat kleiner, zodat hij nu en dan op zijn niveau kan spelen.

In de hondenwereld kunnen grote honden zich empathisch opstellen door zich lager te houden als ze met een kleinere soortgenoot spelen. Omgekeerd is het wat moeilijk, uiteraard.

3. Zelfcontrole

Speel steeds in een leuke speelmodus. Als de opwinding te groot wordt, zal je pup de controle verliezen over zijn bijtgedrag en kan zijn spelgedrag plots pijn gaan doen.

Dat kan je vermijden door op je pup zijn opwindingsniveau te letten en zo het spel leuk houden.

Pas dus zeker je eigen spelgedrag aan waar nodig.


Spel moet altijd spel blijven.